Hei & Wei januari 2015

De Bijvanck 40 jaarArtikel hei en wei 2015
Bron:
 Hei & Wei ( Sybert Blijdenstein)

Na jaren van zorgvuldige voorbereiding begonnen in 1973 de
bouwwerkzaamheden in de Bijvanck. De eerste woningen werden in 1974 opgeleverd. Dat is een goede 40 jaar geleden. De initiatiefnemers en verantwoordelijk voor de bouw  waren de toenmalige burgermeester Map Tydeman  (1913-2008) en vooral wethouder Onno Schöne (1914-2004). Na het aftreden in 1972 van Tydeman nam in 1973 Anneke Le Coultre-Foest (1927) als nieuwe burgemeester diens aandeel in Bijvanck over.

De afgewende herindeling
Zo’n 45 jaar geleden zag het er ten noorden van het oude dorp heel anders uit dan nu. Veel open natuur. Uitgestrekte weilanden. Bonte koeien. Eindeloze vergezichten. Zeilboten op het Gooimeer. Open vlaktes. Door de mens afgegraven duingebied. Waar de wind vrij spel had. Verder stilte alom. Een rust die ten einde liep. In het Gooi was de behoefte gestegen aan goede en betaalbare woningen. Het oog van de regering viel op de Bijvanck, een uitgestrekt, stil stuk land, liggend op Huizer én Blaricums grondgebied. Huizen werd als groeikern aangewezen. Doel: ‘één grote stad aan het water.’ Voor de bebouwing van de Bijvanck had men echter wel medewerking én grondgebied van Blaricum nodig. Probleempje: ‘peuter’ Blaricum was vast besloten zelf te bouwen. Ingewikkeld, maar te doen. Huizen was slim. Ze bood aan dat zij de aanleg van de hele infrastructuur zou verzorgen én financieren. Ook die van de Blaricumse Bijvanck. In ruil daarvoor zou Blaricum haar Bijvanck, als die bebouwd was, aan Huizen afstaan. Deal. Huizen pakte haar bouw snel en grootstedelijk aan: rechte straten met lange rijen huizen. Blaricum startte met de bouw een stuk later. Er was meer voorbereiding vereist. Geen kaarsrechte bouw, maar speelser, met open ruimtes en fraaie zichtlijnen. Na gereedkoming van de Blaricumse Bijvanck, strandde in de Eerste Kamer het wetsvoorstel voor de herindeling naar Huizen. De korte doch intensieve Haagse lobby van Blaricum was daar niet geheel vreemd aan. Een handige zet? Het leek van wel: in één klap verdubbelde de Blaricumse bevolking. Maar de al stroeve verstandhouding met Huizen werd er niet beter op. Blaricum heeft Huizen later nog wel de miljoenen voor de infrastructuur terugbetaald. Of dat soepel verliep? We weten het niet. In ieder geval blijft ook nu in 2015 de gemeentegrens nog steeds dwars door de gezamenlijke bebouwing heen lopen.

Vader van de Bijvanck
Even terug in de tijd. Vanaf 1972 zou Blaricum gaan bouwen, onder toezicht van oud minister Pieter Bogaers, voorzitter van het nieuwe instituut ‘Gooi en Vechtstreek.’ In dezelfde tijd werd Onno Schöne wethouder. Uit het bedrijfsleven. Kunstzinnig. Creatief. Een idealist met visie. Maar zonder politieke kennis. Gelukkig vond hij twee ervaren rotten in het vak aan zijn zijde: burgemeester Tydeman en wethouder De Klerk. Aanvankelijk voelde Schöne zich zoals hij zei: ‘als iemand met twee linkerhanden, maar wel enthousiast en idealistisch.’
Als taak kreeg hij de bouw van de Bijvanck. Loodzwaar. Bij de eerste raadsvergaderingen liet hij verstek gaan: ‘ik deed in mijn broek van angst.’ De Chef Algemene Zaken, Straatsma, maakte hem wegwijs in gemeentezaken en loodste hem door die eerste moeilijke maanden.

La Grande Borne
Voor de verdwijnende natuur moest een mooie, leefbare wijk terugkomen. Geen verkoop van grond aan projectontwikkelaars. De plannen zou de gemeente zelf maken, om pas daarna de aannemers en woningcorporaties in te schakelen. Een jaar lang werden de diverse ideeën uitgewerkt. Ook studiereizen gemaakt. Naar Glasgow en naar de voorstad van Parijs, ‘La Grande Borne’ die met haar stedenbouwkundig aantrekkelijk gekronkel, langs speels verlopende basislijnen, model gestaan heeft voor de Bijvanck.

             

Vergaderen en bouwen
Een hecht team van ervaren stedenbouwkundigen en architecten, waaronder Hertzberger en Wissing, en van landschapsarchitecten zoals Jan Kalf, was gevormd. Vergaderd werd in het gemeentehuis, bij de stedenbouwkundigen in Barendrecht en bij Schöne thuis. De toen nog vrij unieke inspraak door de toekomstige bewoners, allen uit het Gooi, werd georganiseerd: tien groepen van elk twintig personen. De wijk groeide met luisteren naar de bewoners. De stedenbouwkundige van Huizen, professor Froger, bleef regelmatig een boterhammetje eten bij Schöne. En zie: ook de stedenbouwkundige plannen van Huizen werden speelser. Botste Schöne nog geregeld met toezichthouder Bogaers, de man van het snelle bouwen, gesteund door Tydeman kon hij steeds voet bij stuk houden: ‘Blaricums plannen zijn goed en versnellen ook de bouw.’ Bogaers kreeg waardering voor Schöne: ze gingen zelfs in de vroege ochtend samen baantjes trekken in de Biezem.
Er werd een grote maquette van de Bijvanck gemaakt, waarin je met een ‘enthescoop’ als het ware door de straten kon wandelen. Nu heel gewoon, toen nog bijzonder. De goedkeuring door de Raad en door het Gewest volgde. Toen begon de bouw. Er volgde voor Schöne een bijzonder inspannende periode van voorschriften, bepalingen, officiële goedkeuringen, toetsing van de financiële haalbaarheid van koopwoningen, huurwoningen, flatwoningen, éénpersoonswoningen, het winkelcentrum, de scholen, de sporthal, en van de intensieve bouwbegeleiding.
In 1972 vertrok burgemeester Tydeman. Wethouder De Klerk nam als locoburgemeester hem waar. Raadslid Scholten werd tijdelijk derde wethouder. In 1973 volgde voormelde benoeming van Anneke Le Coultre (wethouder te Wassenaar) tot burgemeester. Voortvarend nam zij de inrichting van het centrum op zich. En, uniek in ons land, zij bracht met succes de drie verschillende basisscholen, de Rooms Katholieke, de Protestant Christelijke en de Openbare lagere school, samen onder één dak, in ‘De Levensboom.’

Vijfduizend bomen
Nog ruimschoots voor de bouw was de raad akkoord gegaan met het verzoek van Tydeman om vijfduizend bomen te kopen bij een kweker in Zundert. Toen die bomen jaren later geplant werden waren het al ‘hele echte bomen’ die de bebouwde Bijvanck van begin af aan een volwassen en gezellige aanblik gaven. Het planten in de dikke, onvruchtbare, opgespoten witte zandlaag veroorzaakte door te hoge wortelgroei ook nu nog niet opgeloste problemen.

Allerlei soorten woningen
De zeven flats werden ontworpen. Terrasflats. Dat was nieuw. De financiële goedkeuring van de provincie door hoofdingenieur Wieringa, directeur inspecteur Volkhuisvesting, verliep daarom traag. Uiteindelijk gingen de nodige heipalen de grond in. En Wieringa kwam de eerste steen leggen. Langzamerhand ontstonden ook rijtjes huizen. Opviel dat de hoekhuizen de voorkeur genoten. Dat leidde tot de opdracht aan één van de architecten om rijtjes huizen met vier hoekwoningen te ontwerpen. De zogenaamde Molenwiekwoningen: vier hoekwoningen als één grote villa. De kleine woningen voor alleenstaanden werden de ‘Kabouterwoninkjes’ aan het Palingpad. Een groot wooncomplex, ‘De Wetering’, kwam van de grond. Meer luxueuze woningen, de ‘Witte Woningen’ aan de Koggewagen zagen het licht. Bijnaam: ‘Klein Jeruzalem.’ De 69 kettingwoningen (in slingervorm) van Wissing volgden. De Bijvanck kreeg zo haar unieke karakter.

Tot slot
Van de geplande, fraaie fietsbrug over de Randweg Oost naar de ‘Landingsbaan’ is niets gekomen. Maar als dat het enige is, en zeker als het nieuwste Centrumplan Bijvanck gerealiseerd is, dan kunnen de Blaricummers daar toch wel overheen komen, of niet soms?